Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Bredase bushistorie

'Lokaal vervoer (...) door streekvervoerder'

19252006
/

Vanaf 1925 rijdt in Breda de particuliere firma Monopol de lokale busdiensten. Na de oorlog vindt men dat het 'lokaal vervoer in kleine en middelgrote steden het meest economisch door de streekvervoerder kan geschieden' en in 1946 gunt de gemeente de BBA de exploitatie van het stadsnet. Hetzelfde gebeurt in 's-Hertogenbosch, Tilburg en Helmond.

  • Stadsvervoer Breda

    Stadsvervoer Breda -

    Direct na de oorlog gunt de gemeente Breda de exploitatie van het stadsnet aan 'streekvervoerder' BBA. Collectie van Setten

Flinke stadsuitbreidingen

De jaren 1950 en 1960 zorgen flinke stadsuitbreidingen (van Heuvel tot De Hoge Vucht) voor uitbreiding van het busnet en groeiende vervoersaantallen.
In de loop van de jaren 1960 keert wél het financiële tij. Het groeiende autoverkeer en de sterk stijgende kosten zorgen ook bij de BBA voor problemen.
Collectie van SettenCollectie van Setten

In behoefte voorzien

Slechts met steun van de overheid kunnen deze het hoofd geboden worden en dat gebeurt. Zo kan ook in de daarna nog voortdurend groeiende stad in de behoefte aan openbaar vervoer worden voorzien, al is de naam BBA inmiddels verdwenen.

2 reacties

BEHOUD HET TRAMDEPOT AAN DE MASTBOSSTRAAT

BEHOUD HET TRAMDEPOT AAN DE MASTBOSSTRAAT

Door Kees van Oosterhout

Uit Engelbrecht van Nassau, kwartaalblad van de Heemkundige Kring Engelbrecht van Nassau, Breda.

Het Princenhaags Museum organiseerde in mei en juni 2009 een goedbezochte tentoonstelling, getiteld ‘Met de tram naar Princenhage’ die aan de hand van 125 foto’s een beeld gaf van het openbaar vervoer en het goederentransport in onze regio.
De Stichting Princenhaags Museum maakt zich nu zorgen over een van de laatste overgebleven objecten van industrieel erfgoed in de voormalige gemeente Princenhage, het historische tramdepot van de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij, de ZNSM, aan de Mastbosstraat. Het depot werd gebouwd omstreeks 1890. Na de fusie van de buurtspoorwegen werd hier de werkplaats van de BBA gevestigd.

De stichting heeft daarom op 24 mei 2009 een brief geschreven aan het College van Burgemeester en Wethouders van Breda met het verzoek het tramdepot zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen en daarmee het behoud te verzekeren. In de statuten van het Princenhaags Museum is onder andere opgenomen dat de stichting zich inzet voor de bewaking van het erfgoed en het behoud van monumenten die van belang zijn voor de geschiedenis van Princenhage. Monumenten zijn onroerende goederen die van algemeen belang zijn door hun historische, volkskundige, artistieke, wetenschappelijke, industrieel archeologische of andere sociaal-culturele waarde. Het zal duidelijk zijn dat het tramdepot van de ZNSM in de Mastbosstraat aan dit criterium voldoet.

Het tramdepot van de ZNSM is uniek. Helaas, moeten we zeggen, want veel erfgoed op het gebied van spoor- en tramwegen is al gesloopt. In Breda verdwenen bijvoorbeeld het tramstation Haagpoort (én het hoofdkantoor van de BBA dat later op deze plaats werd gebouwd), het depot van de Zuider Stoomtram Maatschappij, de ZSM, aan de Terheijdenstraat, en de remises van de paardentrams aan de Baronielaan en de Weteringstraat (Tramstraat). Slechts enkele straatnamen herinneren nog aan dit belangrijke aspect van de geschiedenis van Breda (de Tramsingel, de Trambrug en de Oude Trambaan in Hazeldonk).

Het tramdepot in Princenhage heeft historische waarde. De aanleg van tramwegen heeft de ontwikkeling van Princenhage aan het einde van de negentiende eeuw krachtig bevorderd. Langs de Haagweg en de Liesboslaan zijn villa’s gebouwd en de Mastbosstraat is volgebouwd met arbeiderswoningen. Ook voor Breda als geheel is de aanleg van de tramwegen een belangrijke fase in de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad. Het tramdepot heeft kunstzinnige waarde. Het is architectonisch een goed voorbeeld van een industrieel bouwwerk van het einde van de negentiende eeuw. Het hoeft niet betoogd te worden dat het tramdepot industrieelarcheologische waarde heeft.

Het tramdepot heeft wetenschappelijke waarde. Het is een van de weinige relicten die nog herinneren aan de aanleg van tramwegen, die in en rond Breda rond 1900 een welhaast Amerikaanse suburbanisatie op gang bracht. Hoe belangrijk de tram voor Breda en Princenhage was in verband met de ontwikkeling van de infrastructuur aan het eind van de negentiende eeuw is in een aantal publicaties uitvoerig beschreven, onder andere door W. Leideritz. Het tramdepot is ook voor de provincie van waarde. In de rest van Brabant zijn de verschillende tramstations en tramdepots ten offer gevallen aan de slopershamer. Het tramdepot in Princenhage is daarom waarschijnlijk niet alleen uniek en waardevol voor Princenhage en Breda, maar ook voor geheel Brabant.

15 sep 09, 15:58 G. Otten, 15 sep 09, 15:58

Verkeerd gespeld.

Grappig, als ik de bovenstaande foto zie herrinner ik me ineens weer dat we jarenlang met de verkeerde spelling van de wijk "Tuinzigt" op de filmrollen hebben gereden...
Groet, Ronald

12 aug 11, 13:15 Ronald Huismans, 12 aug 11, 13:15
Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website